Besmetting met tulpengalmijt (Aceria tulipae) vormt een groeiend probleem in de teelt en broeierij van tulpen. Door het wegvallen van de mogelijkheid tot effectieve chemische bestrijding op de lange termijn neemt de kans toe dat mijten in de bewaring terechtkomen. Het monitoren van deze besmettingen wordt een essentieel onderdeel van de nieuwe strategie voor beheersing van tulpengalmijt.
Tulpengalmijten veroorzaken kenmerkende verkleuringen van de buitenste bolrokken, variërend van roze tot paars en soms crème. Bij ernstige aantasting raken de wortelkransen beschadigd, waardoor een groeiachterstand ontstaat. Als de mijten de bol verder binnendringen kunnen bloemsymptomen ontstaan. De bolsymptomen zijn meestal goed met het blote oog te herkennen. Het vaststellen van de aanwezigheid van kleine aantallen levende mijten, bijvoorbeeld bij een vroege besmetting, is echter lastiger. Een betrouwbare waarneming is dan van groot belang. Gewone microscopen, zoals bijvoorbeeld gebruikt bij stadiumonderzoek, zijn hiervoor niet voldoende geschikt.
Bij BQ Support kunt u bolmonsters laten onderzoeken op tulpengalmijt. Voor deze dienst, Diagnostiek Tulpengalmijt, onderzoeken wij monsters van maximaal 50 bollen met microscopie op zowel symptomen als op de aanwezigheid van levende tulpengalmijten. Van de bollen worden per stuk de buitenste rokken en de huiden onderzocht, waardoor een betrouwbaar beeld van de besmettingsgraad ontstaat. U ontvangt van ons een rapportage met foto’s en het percentage besmette bollen. Uw monsters worden onderzocht met een doorlooptijd van maximaal vijf werkdagen, geteld vanaf de dag van ontvangst. In uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld bij grote vraag) kan hiervan worden afgeweken. De kosten voor Diagnostiek Tulpengalmijt bedragen €192,50 per monster (excl. BTW).
Bij het aanleveren van monsters is het belangrijk dat de bollen gepeld zijn en dat de hoofdbollen nog zoveel mogelijk in de huid zitten. De kans is dan het grootst dat de mijten nog zijn waar te nemen. Wij adviseren om monsters vanaf eind juli te laten onderzoeken. Vanaf dan kunnen de vroege besmettingen microscopisch worden waargenomen. Eerder genomen monsters zitten vaak nog te strak in de dunne huid, waardoor de kans op het waarnemen van tulpengalmijt klein is. Daarnaast is een goede steekproef belangrijk om het percentage besmette bollen in het monster te kunnen vertalen naar de besmettingsgraad van de gehele partij. Bemonster de partij daarom zo evenredig mogelijk. Zo kunt u op basis van de diagnose een goede beslissing nemen over de verdere verwerking.
Wilt u hier meer informatie over ontvangen? Neemt u dan contact op met Niels van Tol, 06-45356908 of via info@bqsupport.nl.



